Plantaardige grondstoffen inkopen: uw volgende stap
De verschuiving naar een duurzamer voedselsysteem, ook wel de eiwittransitie, is in volle gang. Steeds meer voedingsbedrijven verminderen dierlijke eiwitten en schalen plantaardige alternatieven op. Dat vraagt niet alleen om nieuwe producten, maar ook om een andere manier van werken in de hele keten. Plantaardige grondstoffen inkopen is daarbij geen vrijblijvende keuze meer, maar een strategische noodzaak geworden.
Toch brengt deze ontwikkeling de nodige uitdagingen met zich mee. Volatiele markten, beperkte beschikbaarheid van specifieke eiwitten en strengere duurzaamheidsnormen dwingen inkoopafdelingen tot heroriëntatie. Succesvol inspelen op deze veranderingen vereist een flexibele toeleveringsketen, diepere specialistische kennis en soms ook tijdelijke versterking van het inkoopteam. In deze blog presenteren we zeven slimme inkoopstrategieën om de eiwittransitie effectief te navigeren. Je leest hoe je als organisatie slimmer kunt omgaan met de inkoop van plantaardige eiwitten, welke risico’s je kunt afdekken en hoe interim-inkopers via Katakle kunnen bijdragen aan een toekomstbestendige inkoopstrategie.
Marktdynamiek, waarom traditionele inkoop onder druk staat
De explosieve groei van de plantaardige sector heeft de grondstoffenmarkten op hun kop gezet. Waar vroeger een handvol aanbieders de eiwitmarkt domineerde, vechten nu tientallen nieuwe spelers om dezelfde gewassen en ingrediënten. Deze toegenomen concurrentie heeft directe gevolgen voor inkoopafdelingen. Volatiliteit is de nieuwe norm. Neem bijvoorbeeld de recente sojamarkt: de vraag naar non-GMO soja overstijgt het aanbod, waardoor gecertificeerde GMO-vrije sojaschroot nu bijna twee keer zo duur is als reguliere soja. Zulke prijsschokken raken bedrijven die hun inkoopstrategie niet tijdig aanpassen onevenredig hard. Flexibele organisaties die vooruit dachten, en bijvoorbeeld investeerden in alternatieve eiwitbronnen, konden zo’n crisis daarentegen ombuigen in een voordeel.
Bovendien is er het risico van geografische concentratie. Europa importeert nog altijd een groot deel van zijn plantaardige eiwitten (met name soja) uit Noord- en Zuid-Amerika. Deze afhankelijkheid maakt bedrijven kwetsbaar voor handelsspanningen, klimaatverstoringen of logistieke bottlenecks. De coronacrisis en recente geopolitieke gebeurtenissen hebben pijnlijk blootgelegd hoe fragiel lange aanvoerlijnen kunnen zijn. Een enkel incident ,van misoogsten tot havendichtslibbing, kan de toevoer verstoren en prijzen laten pieken.
Tot slot zijn er nieuwe spelers met nieuwe regels. De plantaardige markt wordt niet langer alleen gedomineerd door traditionele foodreuzen; ook startups en scale-ups brengen innovatieve eiwitingrediënten en technologieën naar de markt. Zij opereren vaak met andere leveringsmodellen en kwaliteitsstandaarden dan gevestigde leveranciers. Voor inkopers betekent dit dat hun evaluatiecriteria en due diligence-processen moeten worden uitgebreid. Het is niet eenvoudig om al deze specialistische kennis intern op te bouwen. Door een ervaren interim-inkoper via Katakle in te schakelen, kun je tijdelijk expertise in huis halen om bijvoorbeeld nieuwe leveranciers te screenen, blending-strategieën te ontwikkelen of de keten duurzamer in te richten.
Risicobeheersing, diversificatie als overlevingsstrategie
Succesvolle bedrijven in de plantaardige sector hanteren een meervoudige strategie om leveringsrisico’s te beperken. In plaats van te leunen op één dominante eiwitbron of leverancier, spreiden zij hun risico’s over meerdere grondstoffen, regio’s én partners. De belangrijkste pijlers van zo’n diversificatiestrategie zijn:
-
Geografische spreiding: Bouw een portfolio op van eiwitten uit verschillende werelddelen. Bedrijven die uitsluitend afhankelijk zijn van Zuid-Amerikaanse soja lopen aanzienlijke risico’s. Succesvolle inkopers combineren bijvoorbeeld Europese lupine met Noord-Amerikaanse gele erwten en Aziatische mungbonen. Deze geografische diversificatie beschermt tegen regionale crisissituaties en kan bovendien voordelen bieden in transportkosten en duurzaamheidsperceptie (lokaal is milieuvriendelijker).
-
Contractuele flexibiliteit: Traditionele jaarcontracten met vaste volumes schieten tekort in een dynamische markt. Innovatieve inkoopafdelingen werken met hybride contractvormen: een basisvolume voor zekerheid, plus optionele volumes die afroepbaar zijn bij gunstige marktomstandigheden. Zo ben je beschermd tegen tekorten, zonder dat je onnodig met hoge voorraden blijft zitten.
-
Protein blending: De opkomst van blending, het mengen van verschillende eiwitbronnen in recepturen, biedt nieuwe mogelijkheden om schaarste op te vangen. Door producten te formuleren die meerdere eiwitbronnen kunnen gebruiken (bijv. een mix van tuinbonen, veldbonen en erwteneiwit), creëer je interne flexibiliteit. Als één grondstof schaars of duur wordt, kan de productie doorgaan met een alternatief zonder kwaliteitsverlies.
-
Voorraadstrategie met visie: Strategische voorraden kunnen bescherming bieden tegen marktverstoringen, maar te veel voorraad verhoogt kapitaalbinding en het risico op bederf of kwaliteitsverlies. Geavanceerde bedrijven hanteren daarom dynamische voorraadmodellen die seizoenspatronen, marktprognoses en interne vraag integreren. Zo bepaal je per grondstof de optimale veiligheidsvoorraad en rotatie.
Kortom, spreiding is een overlevingsstrategie. Inkopers doen er goed aan om continu hun afhankelijkheden in kaart te brengen en actief te zoeken naar alternatieve bronnen. Bedrijven die dit hebben gedaan, bleken tijdens recente marktstress beter bestand tegen schokken. Diversificatie maakt de supply chain wendbaarder en veerkrachtiger in een onzekere wereld.
Kostenoptimalisatie, de economische realiteit van plantaardige eiwitten
De financiële kant van plantaardige grondstoffen vereist een herziening van traditionele kostenmodellen. Dierlijke eiwitten kenden lange tijd relatief voorspelbare prijspatronen, maar plantaardige alternatieven vertonen vaak abrupte schommelingen door vraag-aanbod-imbalansen. Het is daarom cruciaal om kostenstrategieën te herzien en elke uitgavepost tegen het licht te houden:
-
Certificeringspremies: Duurzaamheidscertificaten kunnen fors aan de kostenkant trekken. Zo kan GMO-vrije certificering de grondstofprijs met 40-60% verhogen, en biologische certificering zelfs nog meer. Inkopers staan voor een strategische afweging: hogere kosten accepteren in ruil voor markttoegang (bijvoorbeeld voor premium “non-GMO” markten), of zoeken naar alternatieve routes en marketingstrategieën om hun product zonder die premium te positioneren.
-
Schaalvoordelen herijken: Waar grote volumes bij dierlijke producten meestal tot korting leidden, kunnen ze bij schaarse plantaardige grondstoffen juist prijsopdrijvend werken. Als een inkoopvolume zó groot is dat het de markt beïnvloedt, betaal je misschien een premium om voldoende volume veilig te stellen. Het optimum ligt niet altijd bij maximale volumes, dus inkopers moeten kritisch kijken naar hun tenderstrategieën. Soms is het goedkoper om spreiding in volumes of leverdata in te bouwen.
-
Hedging en prijsrisico’s: In traditionele commoditymarkten bestaan financiële instrumenten (futures, opties) om prijsrisico’s af te dekken. Voor veel nieuwe plantaardige eiwitten ontbreken dergelijke markten nog. Dat maakt prijsafdekking complexer. Innovatieve bedrijven ontwikkelen daarom bilaterale afspraken met leveranciers, bijvoorbeeld prijscorridors of meebewegende prijsformules, of investeren zelfs in upstream productiefaciliteiten om meer controle over de kostprijs te krijgen. Sommige pioniers participeren in teeltprojecten om zo een deel van de opbrengstprijs vast te leggen.
-
Total Cost of Ownership (TCO): Kijk verder dan alleen de kiloprijs van het ingrediënt. Plantaardige eiwitten brengen additionele kosten en besparingen met zich mee die in de TCO-berekening moeten worden meegenomen. Denk aan verwerkingskosten (is de ene eiwitfractie makkelijker te verwerken dan de andere?), kwaliteitscontrole en analysekosten, benodigde certificeringen, en eventuele productformuleringsaanpassingen. Een grondstof die duur lijkt, kan uiteindelijk kostenefficiënter zijn als deze bijvoorbeeld minder processing of een hoger eindproductrendement oplevert.
De kern is om proactief kosten te managen in plaats van reactief. Door scenario-analyses te doen op prijsontwikkelingen, alternatieve ingrediënten klaar te hebben staan en nauwer samen te werken met finance, kunnen inkoopafdelingen verrassingen voorkomen en marges beschermen, zelfs in een turbulente markt.
Duurzaamheidsimperatieven, van compliance tot concurrentievoordeel
Duurzaamheid is getransformeerd van nice-to-have naar must-have. Nieuwe regelgeving, met name de EU-ontbossingsverordening (EUDR), dwingt bedrijven om hun grondstoffenstromen kritisch te herzien. Vanaf eind 2024/2025 geldt dat bedrijven aantoonbaar ontbossingsvrije grondstoffen moeten inkopen, op straffe van stevige sancties. Dit betekent dat je voor commodities als soja, palmolie, cacao, etc. de exacte herkomst tot op perceelniveau moet kunnen traceren. De administratieve lat ligt dus een stuk hoger: investeringen in traceability-systemen en nauwe leverancierssamenwerking zijn onvermijdelijk om aan deze due diligence-eisen te voldoen.
Maar duurzaamheid biedt niet enkel compliance-uitdagingen; het kan ook een concurrentievoordeel opleveren. Enkele belangrijke ontwikkelingen:
-
Ontbossingsvrije ketens: Grote afnemers (bijv. supermarktketens) eisen steeds vaker garanties dat producten geen ontbossing veroorzaken. Bedrijven die hier vroeg in investeren, bijvoorbeeld via satelliet monitoring van boeren of participatie in ontbossingsvrije initiatieven, behouden toegang tot premium markten. Overtredingen kunnen leiden tot boetes tot 4% van de jaaromzet, maar omgekeerd kan een schoon blazoen je preferred supplier status opleveren bij veeleisende klanten.
-
Regeneratieve landbouw: Wat eerst een modewoord leek, wordt nu concreet. Grondstoffen uit regeneratieve teeltsystemen (die bodemgezondheid verbeteren, CO₂ vastleggen, biodiversiteit stimuleren) krijgen steeds vaker een meerprijs op de markt. Consumenten en retailers tonen groeiende bereidheid om extra te betalen voor producten met een positieve milieu-impact. Inkopers breiden daarom hun criteria uit: naast prijs en kwaliteit tellen nu ook factoren als bodemgezondheid en koolstofvoetafdruk mee. Wie vroegtijdig regen-ag-projecten omarmt, kan zichzelf onderscheiden én een toekomstbestendige toeleveringsketen opbouwen.
-
Sociale duurzaamheid: De aandacht voor de sociale kant van de keten neemt toe. Fairtrade-principes, lokale gemeenschapsontwikkeling en arbeidsomstandigheden bij boeren en producenten zijn niet langer alleen het domein van koffie en cacao; ze spelen ook bij nieuwe eiwitgewassen een rol. Zeker wanneer bedrijven direct samenwerken met boeren in ontwikkelingslanden, wordt het waarborgen van een leefbaar inkomen en goede werkomstandigheden onderdeel van het inkoopbeleid. Dit reduceert niet alleen reputatierisico’s, maar versterkt ook de lange-termijnrelaties in de keten.
-
Klimaatimpact en footprint: Plantaardige eiwitten hebben inherent een lagere CO₂-uitstoot dan dierlijke eiwitten, maar ook onderling bestaan er grote verschillen. Lokaal geteelde lupine of veldbonen hebben bijvoorbeeld een veel kleinere carbon footprint dan geïmporteerde soja uit ontboste gebieden. Steeds meer afnemers verlangen inzicht in de milieu-impact. Inkopers doen er goed aan LCA-data (levenscyclusanalyses) van verschillende grondstoffen te verzamelen en deze mee te wegen. Zo kun je bij gelijke geschiktheid bewust kiezen voor de klimaatvriendelijkste optie.
Bottom line: Duurzaamheid is niet langer een aparte pijler, maar geïntegreerd in de kern van inkoopstrategieën. Het zorgt aanvankelijk voor hogere eisen en mogelijk hogere kosten, maar biedt op termijn ook kansen in markttoegang, merkreputatie en operationele zekerheid (een duurzame keten is vaak ook een meer robuuste keten).

Keteninnovatie, partnerships als succesfactor
De meest succesvolle bedrijven in de eiwittransitie beperken zich niet tot reactief inkopen, maar treden op als ketenregisseurs en -vernieuwers. Ze investeren actief in nieuwe productieketens en technologieën om hun strategische positie veilig te stellen. Enkele manieren waarop dit gebeurt:
-
Verticale integratie 2.0: In plaats van volledige overnames zien we nieuwe partnership-modellen. Bijvoorbeeld: een voedselproducent neemt een minderheidsbelang in een fabriek die boneneiwitisolaat produceert, in ruil voor gegarandeerde afname. Of een vleesvervanger-merk sluit een langetermijncontract met een coöperatie van telers van gele erwten, inclusief prijsafspraken die boeren zekerheid bieden. Dergelijke constructies geven grip op kwaliteit en volumes, zonder de kapitaalintensiteit van alles zelf bezitten.
-
Technology partnerships: De ontwikkeling van alternatieve eiwitten gaat razendsnel dankzij foodtech en agtech startups. Slimme inkopers volgen dit van nabij en stappen in co-development. Denk aan samenwerkingen tussen een ingrediëntproducent en een startup die een nieuw fermentatie-eiwit ontwikkelt. Door vroeg betrokken te zijn, soms via investeringen of exclusieve afnamecontracten, verzeker je je als bedrijf van eerste toegang tot nieuwe eiwitbronnen en bouw je een voorsprong op ten opzichte van concurrenten.
-
Regionale ecosystemen en korte ketens: In Nederland zien we initiatieven als het Lupineprogramma en de “veldbonen-coalitie”, die aantonen dat lokale eiwitproductie economisch haalbaar kan zijn. Bedrijven die hier vanaf de start bij participeren, krijgen vaak preferentiële toegang tot de lokale oogst. Dit vermindert importafhankelijkheid en spreekt bovendien consumenten aan die graag lokaal eten. Door als voedselproducent, verwerker en retailer samen op te trekken (een ketencoalitie), kan een regionale teelt van de grond komen die anders te kleinschalig zou blijven.
-
Co-creatie met leveranciers: In plaats van passief te wachten tot de markt iets aanbiedt, definiëren vooruitstrevende inkoopteams zélf hun behoefte en zoeken vervolgens leveranciers die bereid zijn dit samen te ontwikkelen. Bijvoorbeeld: je wilt een eiwitconcentraat met bepaalde functionaliteiten (oplosbaarheid, smaakneutraliteit). Je gaat een ontwikkeltraject aan met een gespecialiseerde leverancier om dit op maat te maken, waarbij je kennis deelt en eventueel de eerste kosten mede draagt. Het resultaat is een ingrediënt dat precies voldoet én waarbij je vaak tijdelijk exclusiviteit hebt.
Kortom, beschouw de supply chain als een gezamenlijke innovatieruimte. Door hechte partnerships op te bouwen, deel je risico’s en rendement en versnel je de innovatie in de keten. Dit is met name van belang in de eiwittransitie, waar veel nog in ontwikkeling is. De bedrijven die hier regie in nemen, bepalen de standaard waar de rest later op moet aanhaken.
Implementatie, van visie naar executie
Het omvormen van je inkoopstrategie richting plantaardige eiwitten is een traject dat je gefaseerd moet aanpakken. Een goede implementatiestrategie heeft duidelijke mijlpalen en meetbare doelen, zodat de organisatie stapsgewijs kan leren en opschalen zonder de leveringszekerheid in gevaar te brengen. We onderscheiden doorgaans drie fases:
-
Fase 1: Assessment & Strategie. Start met een grondige analyse van de huidige situatie. Welke eiwitbronnen gebruik je nu en in welke volumes? Hoe afhankelijk ben je van bepaalde leveranciers of gebieden? Breng ook de verwachtingen van afnemers in kaart en inventariseer mogelijke alternatieven. Op basis van deze nulmeting ontwikkel je een transitieplan met heldere doelstellingen (bijvoorbeeld: “Binnen 2 jaar 30% van soja vervangen door alternatieven”). Formuleer KPIs voor duurzaamheidsdoelen, kosten en risicoverlaging. Dit plan wordt je kompas voor de volgende fases.
-
Fase 2: Pilotprogramma’s. Voer kleinschalige pilots uit met nieuwe grondstoffen en leveranciers. Dit is de proef- en leerfase. Bijvoorbeeld: draai een beperkte productiebatch met erwteneiwit in plaats van soja-eiwit, of test een nieuw ingrediënt in één productlijn. Monitor de resultaten technisch (functioneert het eiwit goed in het product?), qua acceptatie (consumer panel test) en logistiek (leverbetrouwbaarheid, handling in de fabriek). Succesvolle pilots geven het groene licht om verder op te schalen; mislukkingen leveren waardevolle lessen op zonder dat ze de hele business raken.
-
Fase 3: Schalen & Integratie. Rol geslaagde innovaties breed uit. Breid het volume van nieuwe eiwitingrediënten geleidelijk uit naar meerdere producten en grotere contracten. Dit is het punt waar je supply chain mogelijk heringericht moet worden (andere opslagbehoeften, nieuwe kwaliteitscontroles, etc.). Borg de nieuwe werkwijzen in processen en contracten. Let op een gebalanceerd tempo: te snel groeien kan kwaliteits- of leveringsproblemen geven, te langzaam kan marktkansen kosten. Organisatorische capaciteiten moeten gelijke pas houden: zorg dat je inkoopteam de juiste kennis heeft (scholing in specificaties van plantaardige grondstoffen), de kwaliteitsafdeling nieuwe analysemethodes beheerst, en R&D creatieve recepten ontwikkelt die flexibel met eiwitbronnen omgaan.
Stakeholdermanagement is in elke fase cruciaal. Neem interne stakeholders (productie, QA, marketing, sales) vanaf de start mee in de plannen, zodat er breed draagvlak is. Communiceer ook met belangrijke externe partners, van leveranciers tot klanten, over jullie transitievisie. Transparantie schept begrip en vaak ook bereidheid om mee te denken. Vergeet niet kleine successen te vieren onderweg om het momentum erin te houden.
Toekomstperspectief, anticiperen op de volgende golf
De eiwittransitie staat nog aan het begin; de komende jaren kunnen we een tweede golf van innovaties en verschuivingen verwachten. Vooruitkijkende bedrijven bereiden zich nu al voor op wat komen gaat, zodat ze niet verrast worden maar juist vooroplopen. Enkele ontwikkelingen aan de horizon:
-
Nieuwe eiwitbronnen aan de deur kloppen: Algen, insecten en fermentatie-gebaseerde eiwitten (denk aan microbieel geproduceerde eiwitten of precision fermentation) zijn momenteel niche, maar kunnen binnen 5 jaar richting mainstream bewegen. Het is verstandig om nu al R&D-projecten of samenwerkingen op te starten om deze bronnen te verkennen. Zo ben je klaar om ze snel op te schalen zodra ze commercieel en wettelijk haalbaar worden.
-
Technologische doorbraken: Innovaties in eiwitextractie en -verwerking gaan door. Dit kan betekenen dat plantaardige eiwitten straks nóg beter presteren (qua textuur, smaakneutraliteit, nutritionele eigenschappen). Bedrijven die partnerschappen aangaan met universiteiten, startups of tech-leveranciers zitten op de eerste rang om deze doorbraken te benutten. Een voorbeeld is nieuwe enzymatische bewerking van plantaardige eiwitten om allergenen te reduceren of oplosbaarheid te verhogen, iets dat een wereld van verschil kan maken in bepaalde toepassingen.
-
Regelgevingswijzigingen: Wetgeving blijft een onzekere factor. We zagen al strengere duurzaamheidsregels, maar let ook op novel foods-toelatingen (voor nieuwe eiwitten als kweekvlees of insecten), veranderende etiketteringsregels (zoals strengere definities van wat “plantaardig” of “klimaatneutraal” mag heten) en mogelijk stimuleringsmaatregelen vanuit overheden voor lokale teelten. Dergelijke wijzigingen kunnen marktposities verschuiven, bijvoorbeeld een importheffing op ontbossingsproducten zou lokale teelt in één klap concurrerender maken.
-
Circulaire eiwitstromen: In een volledig duurzaam voedselsysteem gaat het niet alleen om wát we telen, maar ook om optimaal gebruik van reststromen. We zien initiatieven om eiwitten te winnen uit bijproducten en reststromen van andere industrieën, zoals aardappeleiwit uit aardappelzetmeelproductie of schimmeleiwit gekweekt op reststromen. Deze “upcycled” eiwitten kunnen dubbel duurzaam zijn (minder verspilling én plantaardig). Inkopers doen er goed aan ook dit te verkennen: het kan een kostenefficiënte en milieu-efficiënte eiwitbron opleveren.
Gegeven deze vooruitzichten is het voor veel bedrijven waardevol om in de pilot- en opschalingsfase begeleid te worden door externe specialisten. Een interim-inkoper van Katakle kan hierbij optreden als projectleider, als brug tussen R&D en inkoop, of als sparringpartner voor leverancierskeuze. Zo haal je tijdelijke expertise in huis precies op het moment dat je die nodig hebt, zonder vaste structuren overhoop te halen.
Conclusie: strategische wendbaarheid als kerncompetentie
De eiwittransitie dwingt inkooporganisaties tot een fundamentele herziening van hun strategieën. Bedrijven die vast blijven houden aan traditionele inkoopbenaderingen riskeren een strategische achterstand in een snel evoluerende markt. De winnaars van morgen zijn strategisch wendbaar, zij die proactief partnerships opzoeken, continu innoveren in de keten en duurzaamheid centraal stellen in elke beslissing. Deze bedrijven zien de eiwittransitie niet als een bedreiging, maar als een kans om concurrentievoordeel op te bouwen met slimmere, duurzamere en meer flexibele inkoopmodellen.
Uw volgende stap: Begin vandaag nog met het evalueren van uw huidige eiwitportfolio. Identificeer kritieke afhankelijkheden, verken alternatieve bronnen en investeer in de partnerships die uw toekomstige succes bepalen. De eiwittransitie wacht niet op u, maar met de juiste strategie kunt ú degene zijn die deze transformatie leidt in plaats van volgt.
Bronnen
Protealis. (z.d.). Waarom eiwithoudende gewassen? Geraadpleegd op 28 juli 2025, van https://www.protealis.com/nl/waarom-eiwithoudende-gewassen
Nieuwe Oogst. (2021, 30 juli). GMO-vrije soja prijst zichzelf uit de markt. Geraadpleegd op 28 juli 2025, van https://www.nieuweoogst.nl/nieuws/2021/07/30/gmo-vrije-soja-prijst-zichzelf-uit-de-markt
Van Traa Advocaten. (z.d.). De Europese ontbossingsverordening: een praktische update. Geraadpleegd op 28 juli 2025, van https://www.vantraa.nl/nl/kennis/de-europese-ontbossingsverordening-een-praktische-update
Customs Support. (z.d.). Wat je moet weten over de EU ontbossingsverordening (EUDR). Geraadpleegd op 28 juli 2025, van https://www.customssupport.be/nl/inzichten/wat-je-moet-weten-over-de-eu-ontbossingsverordening-eudr
Change.inc. (z.d.). Plant Protein Forward versterkt ketens plantaardige eiwitten van eigen bodem. Geraadpleegd op 28 juli 2025, van https://www.change.inc/transities/voedsel-transitie/plant-protein-forward-versterkt-ketens-plantaardige-eiwitten-van-eigen-bodem-edamameteelt-is-vertienvoudigd